www.prosolve.nl
proSolve Adviesgroep  
  Wij doen nét dat stapje extra
Home | Contact
 
  Hypotheken

 
 
 
 
  Verzekeren
  Geldzaken
  proSolve

Een betaalbare hypotheek: nu en straks

 

1. Waarom deze informatie?

Een eigen woning geldt voor veel mensen als een ideaal. Aan koopwoningen zitten dan ook aantrekkelijke kanten. Zo kun je je eigen woning helemaal naar jouw persoonlijke smaak en wensen aanpassen. Je hebt niet te maken met een verhuurder die van je verlangt dat je de woning weer in de oorspronkelijke staat brengt als je gaat verhuizen. Ook niet onbelangrijk is dat de fiscus meehelpt om jouw woonlasten betaalbaar te houden. De rente die je betaalt over de hypotheek voor jouw eigen woning (die jouw hoofdverblijf is), is namelijk onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

Een hypotheek afsluiten is een financiële handeling die belangrijke gevolgen heeft voor jouw uitgavenpatroon. Hypotheeklasten nemen immers een flink deel van jouw beschikbare inkomen in beslag. Dat geldt niet alleen op het moment dat je de hypotheek afsluit, maar ook voor een flink aantal jaren daarna. Het is daarom van belang dat je je goed laat informeren over de keuze van een hypotheek. De onafhankelijk informatie in deze brochure kan je daarbij helpen.

Per 1 januari 2007 is de Wet op het financieel toezicht (Wft) in werking getreden. Deze wet bevat regels voor het aanbieden van, adviseren over en bemiddelen in financiële producten aan consumenten.

Het doel van deze wet is -onder meer- de consument optimaal beschermen bij het afnemen van een financieel product. Hier valt een hypotheek ook onder. Hypotheekverstrekkers, maar ook andere aanbieders van financiële diensten, moeten voldoen aan eisen van bekwaamheid, betrouwbaarheid, en zorgvuldige behandeling van consumenten. Deze wet geldt altijd, ongeacht of je de hypotheek afsluit via een tussenpersoon, bij de bank of via internet.

Onderdeel van de Wet op het financieel toezicht is de verplichting voor een aanbieder om voor complexe financiële producten een financiële bijsluiter beschikbaar te stellen op zijn website. De financiële bijsluiter bevat allerlei informatie over het betreffende product, waardoor je deze gemakkelijker kunt vergelijken met andere aanbiedingen. Tevens krijgt je meer inzicht in de risico’s van het betreffende product. Voor bepaalde hypotheekvormen, zoals een beleggingshypotheek of een combinatiehypotheek, is een financiële bijsluiter verplicht. Lees de financiële bijsluiter goed voordat je je handtekening zet.

Naast de informatie in deze brochure, vindt je op de internetsite www.afm.nl/hypotheek onder andere tips voor een hypotheek adviesgesprek.

De brochure is als volgt ingedeeld. Hoofdstuk 2 gaat over de hypotheek en je huidige budget. Hierin staat beschreven hoe een hypotheekadviseur vaststelt hoeveel je maximaal kunt lenen, waar je op moet letten bij het vaststellen van de hoogte van de hypotheek en welke hypotheekvormen er bestaan. In hoofdstuk 3 wordt gekeken naar de verschillende uitgaven waarmee je rekening moet houden als je een huis koopt. Naast de aankoopsom van de woning krijgt je te maken met een aantal eenmalige kosten. Welke kosten dat zijn en op welke bedragen je moet rekenen, leest je in dit hoofdstuk. In hoofdstuk 4 leest je over de fiscale gevolgen van de eigen woning. De fiscus helpt mee de eigen woning betaalbaar te houden. Zo is de hypotheekrente onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar van de belasting. Tenslotte heeft de beslissing die je nu neemt over jouw hypotheek, gevolgen voor een groot deel van je verdere leven. Tussen nu en het aflossen van de hypotheek kan er veel gebeuren. Een deel van die gebeurtenissen heb je misschien al gepland. Denk bijvoorbeeld aan gezinsvorming en


 

pensionering. Er zijn daarnaast ook gebeurtenissen waar je misschien liever niet bij stilstaat, maar die je toch kunnen treffen. Voorbeelden zijn werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en overlijden. Hoofdstuk 5 gaat over de financiële gevolgen van deze gebeurtenissen en over de maatregelen die je hier tegen kunt nemen.

Deze brochure wordt je aangeboden door het Contactorgaan Hypothecair Financiers (CHF) en het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud).

De regelingen en bedragen in deze brochure zijn gebaseerd op gegevens zoals die begin 2008 bekend waren. Er kunnen zich sindsdien veranderingen hebben voorgedaan.


 

 

2. De hypotheek en jouw huidige budget

Eén van de eerste vragen die mensen stellen als ze een huis willen gaan kopen, is welk bedrag zij kunnen lenen. Geen onbelangrijke vraag, want de hoogte van het bedrag dat je kunt lenen, bepaalt in welke prijsklasse je het nieuwe huis kunt gaan zoeken. In dit hoofdstuk leest je:

                         op welke manier hypotheekadviseurs tot een verantwoord hypotheekbedrag komen;

                        aan welke (financiële) voorwaarden je moet voldoen om in aanmerking te komen voor een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie;

                        de mogelijkheden voor koopsubsidie;

                        welke verschillende hypotheekvormen er bestaan;

                        hoe je de hypotheeklasten kunt inpassen in je totale budget.

 

Hieronder gaan we op elk van deze punten in.

Een verantwoord hypotheekbedrag

Wanneer je naar een hypotheekadviseur stapt om te gaan praten over de hoogte van een hypotheek, zal deze in ieder geval kijken naar de volgende gegevens:

                        wat is je financiële situatie?

                        hoe hoog is de rente op dat moment?

                        wat is de waarde van de woning waarvoor je de hypotheek wilt afsluiten?

 

De financiële situatie

Voor een beoordeling van je financiële situatie kijken geldverstrekkers naar je inkomen en eventuele financiële verplichtingen zoals een lening, een (doorlopend) krediet of alimentatie. Daarnaast wordt gekeken naar het vermogen, zoals spaargeld, dat aanwezig is.

Sinds 1 januari 2007 is een nieuwe Gedragscode Hypothecaire Financieringen in werking getreden. Onder de nieuwe gedragscode mogen de lasten van een hypotheek in principe niet meer bedragen dan de door het Nibud opgestelde woonlastpercentages.

Woonlastpercentages geven het maximale deel van je inkomen aan dat je kunt gebruiken voor de woonlasten. Naast woonlasten heb je immers nog andere uitgaven. Het is daarom zinvol na te gaan wat je andere uitgaven zijn en welk deel van je inkomen deze in beslag nemen.

De woonlastpercentages variëren met inkomen en rentestand. Hoe hoger het inkomen, des te meer je kunt lenen. In beginsel tellen alleen je vaste en bestendige inkomsten mee, zoals het brutoloon dat je ontvangt. Als je geen vaste dienstbetrekking hebt, bijvoorbeeld omdat je werkt als freelancer, zelfstandige, ondernemer of contractant, moet de financier voor de bepaling van je leencapaciteit bepalen welk deel van je inkomsten een vast en bestendig karakter heeft.

Als jij en je partner allebei inkomen hebben, kunnen beide inkomens bij elkaar worden opgeteld voor het bepalen van de leencapaciteit. Het woonlastpercentage wordt gebaseerd op degene met het hoogste inkomen. Voor het bepalen van de totale financiering mogen beide inkomens bij elkaar opgeteld worden. Stel je verdient € 30.000 en jouw partner € 18.000, dan mogen de bruto woonlasten bij een rentestand van 5,25% dus 31,7% (het woonlastpercentage bij een inkomen van € 30.000) van € 48.000 bedragen.

Als je over vermogen beschikt, kunnen de inkomsten hieruit meetellen voor het bepalen van jouw leencapaciteit. De inkomsten zijn thans vastgesteld op ten hoogste 3% van de waarde van jouw vermogen. Dus als je beschikt over een vermogen van € 100.000, mag je voor het bepalen van jouw leencapaciteit ten hoogste € 3.000 meetellen.

De rentestand

De hypotheeklasten bestaan voor een groot gedeelte uit rente die je over de totale hypotheekschuld moet betalen. Als de rente hoog is, kun je daarom een minder hoge lening afsluiten. Is de rente lager, dan kun je vaak een hoger bedrag lenen. De rente kan voor verschillende perioden worden vastgezet. Na die rentevast periode kun je te maken krijgen met een hogere rente en dus met hogere hypotheeklasten. Doorgaans is de rente lager naarmate de rentevast periode korter is. Een kortere rentevast periode betekent ook dat je eerder te maken krijgt met een gewijzigde rente, die mogelijk fors hoger is.

Om je te beschermen tegen dit risico, toetsen hypotheekverstrekkers jouw aanvraag bij een rentevast periode van korter dan tien jaar daarom met een toetsrente. Deze rente is gebaseerd op een termijn van 10 jaar. Deze hogere toetsrente is per 1 januari 2008 vooralsnog vastgesteld op 5,3%, maar kan ieder kwartaal worden aangepast als daar aanleiding toe is. Bij een rentevast periode van tien jaar of langer, wordt de bij die langere periode behorende werkelijke rente gebruikt.

De aflossingsvorm

De betalingsvorm is bepalend voor de periodieke lasten die je hebt. Zo heb je bij een lening zonder aflossing lagere periodieke lasten dan bij een lening met volledige aflossing. Dit zou betekenen dat het hoogst mogelijke bedrag dat je kunt lenen ook hoger ligt.

Voor het berekenen van de hoogte van de leencapaciteit wordt echter uitgegaan van een annuïteitenhypotheek met een looptijd van 30 jaar. Het bedrag aan aflossing en rente (= de totale hypotheeklasten zonder de voordelen van hypotheekrenteaftrek mee te nemen) wordt dus 30 jaar lang als constant verondersteld. Dit maakt dat de aflossingsvorm niet bepalend is voor het bedrag dat je maximaal aan hypotheek kunt nemen.

De waarde van de woning

Als de hypothecaire financiering relatief hoog is in relatie tot de waarde van jouw woning, bestaat het risico dat je bij verkoop van de woning met een schuld blijft zitten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in de eerste jaren na de aankoop van de woning. In die jaren worden de zogeheten financieringskosten (waaronder de overdrachtsbelasting en notariskosten) doorgaans meegefinancierd. Hierdoor kan de hypothecaire financiering hoger zijn dan de waarde van de woning. Om je hiervoor te waarschuwen dient de hypothecair financier je te melden dat het bedrag van de financiering hoger is dan de (geschatte) marktwaarde van de woning.

Uitzonderingsgevallen

In uitzonderingsgevallen kun je meer lenen dan het bedrag dat je op basis van jouw inkomen en de gebruikte toetsrente zou kunnen lenen. In die gevallen mag de geldverstrekker afwijken van de regels over de bepaling van de leencapaciteit uit de gedragscode. De volgende stappen dienen dan te worden gezet:

                        a. De geldverstrekker wijst je tijdig op de overschrijding en op de risico’s die aan deze overschrijding zijn verbonden zodat je dit begrijpt en accepteert. Dit kan de geldverstrekker mondeling of schriftelijk doen.

                        b. je dient schriftelijk te verklaren dat de geldverstrekker volgens jou heeft voldaan aan de onder a. genoemde verplichting.

                        c. De geldverstrekker legt de overschrijding van de leencapaciteit en de motivering hiervoor vast in het cliëntendossier dat hij van je bijhoudt.


 

 

Nationale Hypotheek Garantie

De Nationale Hypotheek Garantie wordt verstrekt door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Nationale Hypotheek Garantie kun je krijgen bij het afsluiten van een hypotheek als je een woning koopt en/of als je jouw woning gaat verbeteren.

Je kunt de gehele koopsom en alle bijkomende kosten onder Nationale Hypotheek Garantie financieren. Je krijgt dan een rentetarief dat maximaal 0,6%-punt onder het normale tarief ligt.

Bij een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie is de geldverstrekker er zeker van dat het totale hypotheekbedrag wordt terugbetaald. Als je de hypotheeklasten niet meer kunt betalen, kan de geldverstrekker in het uiterste geval de woning verkopen. Dit is een gedwongen verkoop. Het is mogelijk dat jouw huis bij gedwongen verkoop minder opbrengt dan het bedrag dat je hebt geleend. De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen staat ervoor garant dat de gehele schuld wordt afbetaald aan de geldverstrekker.

Je hebt daardoor geen schuld meer bij de geldverstrekker, maar bij de eerdergenoemde stichting. Deze stichting spreekt met je een betalingsregeling af om deze schuld terug te betalen. Wanneer je naar het oordeel van de stichting geen schuld hebt aan de gedwongen verkoop en je hebt meegeholpen de restantschuld zo veel mogelijk te beperken, kan de stichting je de restantschuld kwijtschelden.

Aan de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen betaalt je eenmalig een provisie van 0,45% van het te lenen bedrag.

Om in aanmerking te komen voor deze regeling moet je voldoen aan bepaalde voorwaarden. Zo mogen de totale kosten voor de aankoop van de woning niet hoger zijn dan € 265.000,-. Dit bedrag is de koopprijs van de woning vermeerderd met de bijkomende aankoop- en financieringskosten van 8% bij nieuwbouw en 12% bij bestaande bouw. Verder mogen de hypotheeklasten niet hoger zijn dan een bepaald percentage van jouw inkomen. De normen van de Nationale Hypotheek Garantie worden ieder jaar opnieuw vastgesteld, op basis van gegevens van het Nibud.

 

Koopsubsidie

In de Wet bevordering eigen woningbezit (BEW) is geregeld dat huishoudens met een laag inkomen een subsidie kunnen krijgen voor de koop van een woning. De koopsubsidie is een maandelijkse bijdrage in de hypotheeklasten. Hierdoor komt een eigen huis voor meer mensen binnen financieel bereik.

De hoogte van de subsidie is onder andere afhankelijk van het inkomen en de hoogte van de hypotheek. De hoogte van de subsidie neemt af met het inkomen. De koopsubsidie is maximaal € 170,16 per maand.

Voor de hypotheek moet wel Nationale Hypotheek Garantie worden verleend. Bij jouw hypotheekadviseur kun je informeren naar de verdere voorwaarden voor deze subsidiemogelijkheid of kijk op www.koopsubsidie.nl of www.senternovem.nl.

 

Hypotheekvormen

Er zijn veel verschillende hypotheekvormen, met allemaal hun eigen specifieke kenmerken. Er zijn talloze combinaties mogelijk van de diverse basisvormen. Belangrijk is dat de hypotheek aansluit bij jouw persoonlijke wensen en mogelijkheden. Hieronder worden de basis hypotheekvormen kort beschreven.


 

 

 

Lineaire hypotheek

Bij de lineaire hypotheek lost je iedere maand een vast deel van de lening af. Door deze vaste maandelijkse aflossingen neemt het bedrag van uw hypotheek lineair af. Tijdens de looptijd van de lening betaalt je daardoor steeds minder rente. Zo nemen de hypotheeklasten af gedurende de looptijd van de hypotheek. Deze vorm is vooral interessant wanneer je een inkomensdaling verwacht.

Annuïteitenhypotheek

Bij deze hypotheekvorm lost je iedere maand een deel van de lening af. Dit is echter geen vast bedrag. Aan het begin van de looptijd lost je weinig af en betaalt je veel rente; aan het eind van de looptijd lost je meer af en betaalt je minder rente. De optelsom van aflossing en rente wordt iedere maand gelijk gehouden. Aangezien je tijdens de looptijd minder rente gaat betalen, geniet je gedurende de looptijd steeds minder belastingvoordeel van de hypotheekrenteaftrek. Hierdoor stijgen de netto hypotheeklasten gedurende de looptijd van de hypotheek wel.

Levenhypotheek

Bij deze hypotheekvorm is het belastingvoordeel maximaal, omdat je de lening pas aan het einde van de looptijd in één keer aflost. Via een kapitaalverzekering of spaarrekening eigen woning spaar je het hiervoor benodigde kapitaal -onder bepaalde voorwaarden- belastingvrij bijeen. Afhankelijk van de gekozen dekking, is het eindkapitaal geheel of gedeeltelijk gegarandeerd. In het laatste geval bestaat de mogelijkheid dat je de hypotheek niet in zijn geheel kunt aflossen.

Spaarhypotheek

Deze hypotheekvorm is gekoppeld aan een kapitaalverzekering of spaarrekening eigen woning. Het belastingvoordeel van de hypotheekrenteaftrek is over de gehele looptijd maximaal, omdat je de lening pas aan het einde van de looptijd in één keer in zijn geheel aflost. Met een spaarhypotheek bent je er zeker van dat je aan het eind van de looptijd het geplande kapitaal hebt om deze hypotheek af te lossen.

Beleggingshypotheek

Beleggingshypotheken zijn er in twee varianten. Je kunt beleggen via een levensverzekering of een beleggingsrecht, of direct in aandelen/beleggingsfondsen.

                         via levensverzekering/beleggingsrecht: door betaling van premie -die wordt belegd in beleggingsfondsen- bouw je het eindkapitaal op.

                        zonder verzekering: via maandelijkse of eenmalige inleg in beursgenoteerde (beleggings)fondsen bouw je het eindkapitaal op.

 

Bij beide vormen bestaat het risico dat je door tegenvallend rendement de hypotheek niet in zijn geheel kunt aflossen. Het belastingvoordeel van de hypotheekrenteaftrek is maximaal.

Aflossingsvrije hypotheek

Bij deze hypotheekvorm los je gedurende de looptijd de lening niet af; je betaalt alleen rente. Je bouwt daardoor geen vermogen op. Vaak kun je deze hypotheek alleen afsluiten in combinatie met een hypotheekvorm waarbij er wel wordt afgelost. Een andere mogelijkheid is dat je de woning gedeeltelijk met eigen geld financiert.

 

Overige uitgaven

Het Nibud gaat ervan uit dat de hypotheeklasten moeten passen binnen het totale besteedbare inkomen van een huishouden. Dat betekent dat de maximale hoogte van de hypotheek afhankelijk is van het bedrag dat je nodig hebt voor de overige uitgaven. Het bedrag dat 'overblijft' van het inkomen, is beschikbaar voor de woonlasten.

De uitgaven verschillen uiteraard van huishouden tot huishouden. Een gezin met kinderen is waarschijnlijk een flink bedrag kwijt aan kinderopvang of schoolkosten. Een echtpaar zonder kinderen besteedt wellicht weer meer aan vakantie en etentjes buiten de deur.

Om de hypotheeklasten te kunnen inbouwen in jouw budget, is het van belang dat je een goed inzicht hebt in jouw persoonlijke financiële situatie. Dat gaat het best door een begroting te maken.

Een begroting is een overzicht van uw inkomsten en uitgaven. Met behulp van een dergelijk overzicht kun je zien welk deel van je inkomen beschikbaar is voor de hypotheeklasten. Aan het slot van deze paragraaf vindt je een rekenschema waarmee je zo’n begroting kunt maken.

Een begroting maakt je voor een bepaalde periode, meestal voor een maand. Maar je inkomsten en uitgaven zijn niet iedere maand hetzelfde. Een begroting van een willekeurige maand geeft dus geen betrouwbaar beeld van jouw financiële situatie. Het Nibud gaat daarom uit van een gemiddelde maandbegroting. Hierin zijn alle inkomsten en uitgaven in een jaar omgerekend naar een bedrag per maand.

Bij het maken van een begroting heb je gegevens over jouw inkomsten en uitgaven nodig: welke inkomstenbronnen heb je? Welke betalingen doe je? Voorbeelden van inkomstenbronnen zijn jouw netto loon, netto vakantietoeslag, kinderbijslag en alimentatie. De uitgaven verdeelt het Nibud in drie groepen:

                         Vaste lasten. Deze keren met een bepaalde regelmaat terug, bijvoorbeeld eens per maand of eens per jaar. Meestal heb je er een contract of iets dergelijks voor afgesloten. Voorbeelden zijn de huur of hypotheek, gas en elektriciteit, telefoon en verzekeringen.

                        Reserveringsuitgaven. Dit zijn bedragen die gebruikt worden voor grotere uitgaven. Doordat je geld ‘reserveert’, heb je op het moment dat je zo'n grote uitgave moet doen, hier geld voor. Reserveringsuitgaven zijn bedoeld voor de aanschaf van kleding en schoenen, het onderhoud van huis en tuin, reparaties of vervanging van apparaten zoals de koelkast en de televisie, nieuwe meubels en vakantie.

                        Huishoudelijke uitgaven. Hieronder vallen onder andere uitgaven aan voeding, schoonmaakartikelen en toiletartikelen.

 

Deze uitgaven kunnen in onderstaand schema worden ingevuld. Het is niet gezegd dat je al deze genoemde inkomsten- en uitgavenposten ook daadwerkelijk hebt, maar je kunt deze opsomming wel gebruiken als geheugensteuntje bij het maken van jouw eigen lijst.

Met het schema kun je een vergelijking maken tussen de uitgaven die je nu hebt en de uitgaven in de nieuwe situatie. Verhuizen naar een andere woning heeft immers meestal veranderingen in de uitgaven tot gevolg. Een aantal uitgaven zal ongeveer gelijk blijven. Zo ga je niet opeens meer boodschappen doen of meer kleding aanschaffen omdat je gaat verhuizen. Er zijn echter ook een aantal andere uitgaven die veranderen door de verhuizing. Zo is meer energie nodig om een groter huis te verwarmen en dus is de energierekening hoger. Maar wie dichterbij zijn werk gaat wonen, heeft daarentegen weer lagere uitgaven aan woon-werkverkeer. Wanneer je verhuist naar een andere gemeente, veranderen ook de gemeentelijke heffingen. De tarieven hiervoor verschillen namelijk per gemeente. Meer informatie hierover kun je krijgen bij de gemeente.

In het schema kun je de uitgaven noteren waarvan je verwacht dat ze veranderen door de verhuizing. Op die manier krijgt je een overzicht van de verschillen tussen de huidige en de toekomstige situatie.


 

 

 

 

 

Overzicht inkomsten en uitgaven

Nu

Straks

Inkomsten

Netto inkomsten (loon/uitkering vakantiegeld, zorgtoeslag, kinderbijslag, tegemoetkoming schoolkosten, belastingteruggave*, alimentatie)

Uitgaven

Vaste lasten

Netto hypotheeklasten** (of huur)

Gas, water, elektriciteit

Heffingen van gemeente en waterschap

Telefoon

Verzekeringen

School en studiekosten, kinderopvang

Contributies en abonnementen

Kabelabonnement

Vervoerskosten

Afbetalingen

Reserveringsuitgaven

Kleding

Inventaris, onderhoud huis en tuin

Extra ziektekosten

Recreatie

Huishoudelijke uitgaven

(voeding, roken, persoonlijke verzorging)

Totaal

 

 

 

 

 

* Hieronder vallen de heffingskortingen die je zelf moet aanvragen bij de belastingdienst en eventuele andere belastingvoordelen, bijvoorbeeld in verband met buitengewone uitgaven. De hypotheekrenteaftrek wordt hier niet meegeteld; deze wordt in dit schema direct verrekend met de hypotheeklasten.

** De netto hypotheeklasten zijn de hypotheeklasten waarin het belastingvoordeel al is verwerkt. Zie hoofdstuk 4 van deze brochure.


 

 

3. Veranderende kosten bij een eigen woning

Veranderingen in vaste lasten

Wanneer je verhuist van een huurwoning naar een koopwoning, krijgt je te maken met een aantal extra uitgaven die je als huurder niet hebt. Denk hierbij aan bepaalde verzekeringen, het onderhoud van de woning en bepaalde vormen van belasting. Hieronder volgt een korte beschrijving van deze uitgaven.

Verzekeringen

Voor een koopwoning heb je een opstalverzekering nodig. Deze verzekering dekt de risico's van brand en andere schade aan het huis. De hoogte van de verzekeringspremie is afhankelijk van de herbouwwaarde van de woning. Dit zijn de kosten die gemaakt moeten worden om de woning in de oorspronkelijke staat te brengen.

Een andere verzekering die huizenbezitters bijna altijd afsluiten, is de overlijdensrisicoverzekering. Met een overlijdensrisicoverzekering verzeker je je tegen de financiële gevolgen van het overlijden van jezelf of jouw partner. Als jezelf of jouw partner komt te overlijden voordat de hypotheek volledig is afgelost, keert de overlijdensrisicoverzekering een bedrag uit waarmee uw hypotheek (gedeeltelijk) wordt afgelost. Hiermee kan de langstlevende partner in ieder geval in het huis blijven wonen. Bij bepaalde hypotheekvormen, zoals een spaarhypotheek, is het overlijdensrisico automatisch gedekt. Wel moet je dan nog beslissen of je de verzekering afsluit op één of op beide partners. Van belang bij deze afweging is wie voor (het grootste gedeelte van) het gezinsinkomen zorgt.

Onderhoud huis en tuin

Als huurder bent je gewend dat de verhuurder de meeste onderhoudskosten betaalt. Verhuis je naar een koopwoning, dan komen deze kosten voor jouw eigen rekening. Het bedrag dat je hiervoor moet reserveren, varieert nogal. De kosten zijn onder andere afhankelijk van het type woning, het bouwjaar en de waarde van de woning. Bij een woning tussen de € 200.000,- en

€ 350.000,- moet je rekenen op een bedrag tussen de € 117,- en € 158,- per maand. Een andere richtlijn voor de jaarlijkse onderhoudskosten van de woning is uit te gaan van 1% à 2% van de waarde van de woning, afhankelijk van de staat van de woning. Wanneer je een appartement hebt, betaalt je via de servicekosten aan de Vereniging van Eigenaren een bijdrage voor onderhoud.

Eigenwoningforfait

De Belastingdienst gaat ervan uit dat je een bepaald woongenot hebt van jouw eigen woning. Dit woongenot wordt uitgedrukt in een bepaald bedrag: het eigenwoningforfait. Dit is het bedrag dat de woning aan huur zou opbrengen na aftrek van onderhoudskosten en afschrijving. Het eigenwoningforfait is geen directe uitgave, maar een bedrag waarover je belasting moet betalen. Het bedrag aan eigenwoningforfait tel je op bij jouw belastbaar inkomen.

De hoogte van het eigenwoningforfait is gelijk aan de WOZ-waarde van de woning (wet Waardering Onroerende Zaken) vermenigvuldigt met een bepaald percentage. De percentages zijn in onderstaande tabel weergegeven. Als de WOZ-waarde van de woning € 200.000,- bedraagt, kun je zien dat je 0,55% van € 200.000,- (= € 1.100,-) als eigenwoningforfait moet optellen bij het belastbaar inkomen.

De WOZ-waarde wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeente. In 2008 geldt 1 januari 2007 als peildatum voor deze waarde.


 

 

Percentages eigenwoningforfait (per 1-1-2008)

WOZ-waarde

Meer dan

Maar niet meer dan

Eigenwoning-

forfait

-

€ 12.500,-

-

€ 12.500,-

€ 25.000,-

0,20%

€ 25.000,-

€ 50.000,-

0,30%

€ 50.000,-

€ 75.000,-

0,40%

€ 75.000,- en meer

0,55%*

 

 

 

 

 

* maximaal € 9.300,-

 

Heffingen van de gemeente en het waterschap

Eén van de heffingen die huiseigenaren jaarlijks aan de gemeente betalen, is de onroerende-zaakbelasting (OZB). Huurders betalen sinds 2006 deze belasting niet meer.

De tarieven voor de OZB verschillen per gemeente en worden vastgesteld per € 2.500,- van de WOZ-waarde van de woning. Tot nu toe bestond er zowel een drempel- als maximumbedrag dat per € 2500,- van de WOZ-waarde aan OZB-belasting mocht worden gevraagd. Vanaf 2008 is dit vrijgegeven en mogen gemeentes volledig zelf bepalen wat de hoogte is. De hoogte ligt in 2008 tussen de € 1,51 en € 4,31 per € 2.500,- van de WOZ-waarde. Ook waterschappen kennen aparte heffingen voor bewoners van een koopwoning.

 

Eenmalige kosten

Wanneer je een huis koopt, krijgt je naast de aankoopsom van de woning ook te maken met een aantal eenmalige kosten. Dit komt neer op 10% tot 12% van de totale kosten van de aankoop van een bestaande woning. Bij een nieuwbouwwoning ligt dit percentage tussen 5% en 8%. De eenmalige kosten zijn onder te verdelen in aankoopkosten en financieringskosten. De financieringskosten kun je aftrekken van de belasting; de aankoopkosten niet.

Aankoopkosten

Tot de aankoopkosten van de woning worden gerekend:

                         kosten die de makelaar aan je in rekening brengt voor de bemiddeling bij de aankoop van de woning;

                        de overdrachtsbelasting van 6% van de aankoopsom van de woning;

                        kosten die de notaris aan je in rekening brengt voor de eigendomsoverdracht van de woning (opmaken transportakte).

 

Makelaars hanteren voor de bemiddelingskosten geen vaste tarieven; je moet hierover zelf afspraken maken met de makelaar. Ook notarissen hebben de vrijheid om hun eigen tarieven vast te stellen. Vraag een aantal notarissen vooraf naar de hoogte van de tarieven.

Financieringskosten

Tot de financieringskosten van de woning worden gerekend:

                        afsluitprovisie;

                        kosten hypotheekakte;

                        provisie Nationale Hypotheek Garantie;

                        taxatiekosten woning.

 

De financieringskosten worden hieronder kort beschreven.


 

 

Afsluitprovisie

Voor het afsluiten van de hypotheek betaalt je de geldverstrekker doorgaans een provisie. Meestal gaat het om ongeveer 1% van het hypotheekbedrag. De afsluitprovisie is direct aftrekbaar tot maximaal 1,5% van het hypotheekbedrag (maximaal € 3.630,-). Een eventueel bedrag boven deze € 3.630,- is in latere jaren aftrekbaar, verdeeld over de looptijd van de lening.

 

Opmaak en inschrijving hypotheekakte

De gegevens van jouw hypotheek moeten worden ingeschreven in de openbare registers van het kadaster. Hiervoor maakt de notaris een hypotheekakte op. De kosten hiervan zijn onder andere afhankelijk van het hypotheekbedrag. De notariskosten voor de hypotheekakte zijn onderhandelbaar.

 

Provisie Nationale Hypotheek Garantie

Nationale Hypotheek Garantie kun je aanvragen bij uw geldverstrekker. De kosten bedragen 0,45% van het hypotheekbedrag (2008).

 

 

Taxatiekosten

Veel geldverstrekkers vragen een taxatie van je nieuwe woning voordat je een hypotheek kunt afsluiten. Vaak is taxatie zelfs verplicht, bijvoorbeeld wanneer je een bestaande woning koopt of wanneer je een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie wilt afsluiten. Meestal komen de taxatiekosten voor jouw rekening. De kosten worden berekend over de getaxeerde waarde van de woning (meestal de vrije verkoopwaarde). Makelaars zijn vrij in het vaststellen van taxatietarieven. Informeer bij verschillende makelaars naar de hoogte van deze tarieven.


 

 

4. De fiscus en de eigen woning

Inkomstenbelasting

Inkomen kan bestaan uit loon of een uitkering, maar ook uit winst, rente en dividend. Over de meeste inkomsten betaalt je belasting. Er zijn drie soorten inkomsten, die elk zijn ondergebracht in één van de volgende boxen:

Box 1: inkomen uit werk en woning

De inkomsten die in box 1 zijn ondergebracht zijn je salaris of uitkering, winst uit een onderneming, maar ook de inkomsten uit de eigen woning (het saldo van het eigenwoningforfait en het voordeel uit een kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning verminderd met de aftrekbare kosten). Deze inkomsten worden belast tegen een tarief dat afhankelijk is van de hoogte van jouw jaarinkomen.

Van het eigenwoningforfait trekt je onder andere de hypotheekrente af. Let hierbij op: de hypotheekrente is niet altijd aftrekbaar. Omdat de hypotheekrente meestal een hoger bedrag is dan het eigenwoningforfait, levert dit een belastingteruggave op. Is het eigenwoningforfait hoger dan de aftrekbare kosten voor de eigen woning (aftrekbare hypotheekrente en aftrekbare kosten), dan krijgt je een extra aftrek ter grootte van resterende eigenwoningforfait. Feitelijk betekent dit dat je geen eigenwoningforfait hoeft te betalen. Op die manier worden consumenten gestimuleerd extra af te lossen op de hypotheek.

Bij een eerste aankoop zult je niet snel met deze regeling te maken krijgen.

Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang

In box 2 wordt de winst uit aanmerkelijk belang belast. Dat is de winst uit een vennootschap waarin je een belang heeft van meer dan 5%. In deze brochure gaan we hier verder niet op in.

Box 3: inkomen uit sparen en beleggen

Inkomsten uit sparen en beleggen worden belast in box 3. Iedereen met eigen vermogen moet over zijn vermogen belasting betalen. Onder vermogen worden alle spaartegoeden en beleggingen verstaan. De eerste eigen woning die als hoofdverblijf dient geldt niet als box 3- vermogen.

Voor het berekenen van de belasting maakt het niet uit of en hoe (via rente, dividend of koerswinst) je rendement haalt op je vermogen. Ook maakt het niet uit hoe hoog het rendement in werkelijkheid is. De overheid gaat er namelijk vanuit dat het vermogen 4% rendement oplevert. Dit veronderstelde rendement wordt belast tegen 30%. Iedereen betaalt jaarlijks dus per saldo 1,2% van zijn of haar vermogen aan belasting. Dit is de vermogensrendementsheffing.

Niet over het gehele vermogen hoeft belasting te worden betaald. Per persoon is de eerste

€ 20.315,- vrijgesteld. Onder bepaalde voorwaarden wordt de vrijstelling verhoogd met een extra vrijstelling voor minderjarige kinderen (€ 2.715,- per kind) en/of een ouderentoeslag.

Als je meer dan € 2800,- aan schulden hebt, mag je het bedrag aan schulden boven deze drempel van € 2.800,- van het vermogen aftrekken. Voor partners geldt een drempelbedrag van € 5.600,-.

 

 

Maximale duur hypotheekrenteaftrek

De rente over de lening (meestal hypotheek) voor aanschaf, verbetering of onderhoud van de eerste eigen woning is onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar van het belastbare inkomen in box 1. Er geldt echter een beperking: je mag de rente maximaal 30 jaar aftrekken. Heb je de hypotheek na 30 jaar niet volledig afgelost -bijvoorbeeld doordat je een aflossingsvrije hypotheek hebt afgesloten- dan kun je de rente na die 30 jaar niet meer aftrekken.

Wanneer je de afgesloten hypotheek gebruikt voor consumptieve bestedingen is de rente niet aftrekbaar van de te betalen belastingen.

De periode van 30 jaar start vanaf de eerste maand dat je rente betaalt over de hypotheek die je in aftrek brengt. Wanneer je tijdens de looptijd een extra hypotheek afsluit -bijvoorbeeld voor de verbouwing van je huis- geldt voor die lening opnieuw een periode van 30 jaar.

Wanneer je een bestaande hypotheek overzet in een andere -het zogeheten oversluiten van de hypotheek- loopt deze 30-jaarstermijn gewoon door en eindigt de renteaftrek na de 30 jaar van de oorspronkelijke lening. Is de nieuwe lening hoger dan de oorspronkelijke, dan geldt alleen voor het extra geleende bedrag een nieuwe periode van 30 jaar, tenzij je dit extra geleende bedrag besteedt aan consumptieve uitgaven.

Voor hypotheken die zijn afgesloten vóór 1 januari 2001, is de periode van 30 jaar ingegaan op 1 januari 2001.

 

Bijleenregeling

Sinds 1 januari 2004 is de Bijleenregeling van kracht. De Bijleenregeling kan van invloed zijn op de maximale hypotheekrenteaftrek als je binnen 5 jaar na verkoop van een woning een ander huis koopt.

Als je jouw woning voor een hoger bedrag verkoopt dan de hoogte van de hypotheek die je hebt afgesloten, dan heb je ‘overwaarde’. Dit is het verschil tussen de marktwaarde van de woning en de hoogte van de afgesloten hypotheek.

Bij de aankoop van een nieuwe woning, is het de bedoeling dat je de overwaarde in je nieuwe woning inbrengt. Dit betekent dat je een hypotheek afsluit over het verschil tussen de aankoopprijs van het nieuwe huis verminderd met de overwaarde op het vorige huis. Voor deze nieuwe hypotheek geldt dat je de rente op de hypothecaire schuld mag aftrekken van de belasting.

Steek je de overwaarde niet in het nieuwe huis, dan mag je niet langer volledig gebruiken maken van de mogelijkheid op hypotheekrenteaftrek. De hoogte van de nieuwe hypotheek is namelijk hoger dan eigenlijk zou hoeven. De hypothecaire schuld is immers niet verminderd met het bedrag aan overwaarde. De rente over het gedeelte van de hypotheek dat in hoogte gelijk is aan de hoogte van de overwaarde kan niet langer van de belasting worden afgetrokken.

De Bijleenregeling is alleen van toepassing op personen die hun woning verkopen en binnen 5 jaar een andere woning kopen. Wanneer je voor het eerst een eigen woning koopt, heb je niet te maken met deze regeling.

 

Kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht eigen woning

In hoofdstuk 2 vindt je een overzicht van verschillende hypotheekvormen. Hier heb je kunnen lezen dat de leven-, spaar- en beleggingshypotheek pas aan het einde van de looptijd wordt afgelost. Tijdens de looptijd bouw je het benodigde vermogen op. Tot 1 januari 2008 kon dat vaak alleen via een kapitaalverzekering eigen woning (KEW). Sinds die datum is het ook mogelijk om hiervoor een spaarrekening eigen woning (SEW) of een beleggingsrecht eigen woning (BEW) te openen. Een SEW is een speciale, geblokkeerde spaarrekening die je afsluit via een bank en een BEW is een geblokkeerd beleggingsrecht dat je via een beleggingsinstelling afsluit. Bij een SEW en BEW betaalt je geen premie, maar legt je periodiek een vast bedrag in.


 

Overeenkomsten tussen KEW en SEW/BEW

Bij alle drie de vormen krijg je hetzelfde belastingvoordeel. Indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, kan belastingvrij vermogen worden opgebouwd. Over dit vermogen hoef je dan geen vermogensrendementsheffing (box 3) over te betalen. Voorwaarde voor het belastingvoordeel is dat je minstens 15 jaar premie betaalt (KEW), dan wel periodiek een bedrag inlegt (SEW/BEW). Wanneer je minimaal 20 jaarlijks premie betaalt c.q. een bedrag inlegt, is de uitkering c.q. het spaartegoed belastingvrij tot € 145.000,-. Na minimaal 15 jaar premiebetaling c.q. inleg bedraagt de vrijstelling slechts € 32.900,-.

Deze vrijstelling krijgt je alleen voor zover je de uitkering c.q. het spaartegoed gebruikt voor het aflossen van de hypotheekschuld. Bovendien mag de hoogste premie c.q. de hoogste inleg niet meer zijn geweest dan het tienvoud van de laagste premie c.q. laagste inleg. Maximaal na 30 jaar moet het totaal opgebouwde vermogen in één keer worden uitgekeerd. Dit is veelal wanneer de hypotheek zelf ook afloopt. Gebruikt je de uitkering voor een ander doel, dan moet je over het hele bedrag belasting betalen vermeerderd met een bedrag voor het onterecht gebruik maken van belastinguitstel.

Verschillen tussen KEW en SEW/BEW

Er zijn ook verschillen tussen de KEW en de SEW/ BEW. Naast de verschillen in rendement zijn de gevolgen wanneer jezelf of jouw partner zou komen te overlijden anders. Bij een kapitaalverzekering is er vaak verplicht een overlijdensrisicoverzekering aan gekoppeld (zie hoofdstuk 5). Deze overlijdensrisicoverzekering keert het bedrag uit dat je vooraf hebt afgesproken met de verzekeraar. Hiervoor wordt periodiek een bedrag aan risicopremie betaald. Dat is niet het geval bij de SEW of BEW; er wordt dus geen risicopremie onttrokken. Bij overlijden kan echter alleen het opgebouwde tegoed worden opgenomen. Wil je een extra uitkering bij overlijden waarmee jouw nabestaanden of de hypotheek kunnen aflossen of de maandelijkse lasten kunnen blijven betalen, dan kun je wel zelf nog een overlijdensrisicoverzekering afsluiten.

 

Een tweede woning

Voor een woning die niet als hoofdverblijf wordt gebruikt -een zogeheten tweede woning- gelden andere belastingregels dan voor een eerste eigen woning. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om een vakantiehuisje of een huis voor de studerende kinderen. De tweede woning valt in box 3. De waarde van deze woning wordt daar als een bezitting aangemerkt. Heb je een hypotheek afgesloten voor een tweede woning, dan is de rente over deze hypotheek niet aftrekbaar. Je kunt wel de hypotheek in box 3 als schuld van je vermogen aftrekken. Je hebt dan een lagere vermogensrendementsheffing.

 

Consumptieve uitgaven

Sommige mensen gebruiken de overwaarde van hun woning voor bepaalde consumptieve uitgaven, zoals een auto of een boot. De rente over dit gedeelte van de hypotheek is fiscaal niet aftrekbaar. Wel kun je dit soort leningen in box 3 van je vermogen aftrekken, waardoor je minder vermogensrendementsheffing betaalt.

 

Maandelijkse verrekening van hypotheekrenteaftrek

In principe wordt het belastingvoordeel als gevolg van de hypotheekrenteaftrek eenmaal per jaar verrekend, namelijk op het moment dat je een aangifteformulier invult. Vaak gaat het om aanzienlijke bedragen. Het kan aantrekkelijk zijn om dit belastingvoordeel iedere maand te laten uitbetalen, in plaats van eens per jaar. Dat is mogelijk wanneer je bij de Belastingdienst een verzoek indient voor een 'voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen'. Een formulier hiervoor kun je aanvragen bij de Belastingdienst. Het formulier is ook te downloaden vanaf de internetsite van de Belastingdienst, www.belastingdienst.nl. Meer informatie over de voorlopige teruggaaf is verkrijgbaar bij de (gratis) Belastingtelefoon (0800-0543).


 

 

5. De betaalbaarheid van de hypotheek op de lange termijn

Een hypotheek is een financiële verplichting die je aangaat voor een lange periode; meestal voor dertig jaar. Gedurende deze 30 jaar kan er veel gebeuren. Deze gebeurtenissen kunnen gevolgen hebben voor je inkomen en dus voor de betaalbaarheid van de hypotheek. Het is uiteraard niet de bedoeling dat je in de problemen raakt door een dergelijke gebeurtenis. Dit hoofdstuk gaat over de maatregelen die je nu al kunt nemen om problemen als gevolg van een bepaalde gebeurtenis later voor te zijn.

 

Gezinsvorming en stoppen met werken

Op de eerste plaats zijn er gebeurtenissen waarvan je nu al weet dat ze staan te gebeuren. Bij het afsluiten van de hypotheek kun je daar al rekening mee houden.

Stel dat jullie graag kinderen willen. In de meeste gevallen besluiten één of beide partner(s) (tijdelijk) minder te gaan werken met de komst van kinderen. Dat betekent dat de inkomsten (tijdelijk) lager zullen zijn. De uitgaven zijn daarentegen hoger door de gezinsuitbreiding. Wanneer er kinderen komen, is er in de meeste gezinnen dus minder budget beschikbaar voor de hypotheeklasten. Bij het afsluiten van de hypotheek kun je daar al rekening mee houden. Bijvoorbeeld door je af te vragen of je beide inkomens helemaal laat meetellen bij de berekening van het hypotheekbedrag. Zo lang er nog geen kinderen zijn, lijkt dat misschien aantrekkelijk. Je kunt immers meer lenen en een woning in een hogere prijsklasse zoeken. Maar op termijn zijn de hogere hypotheeklasten nadelig, omdat er gewoonweg minder budget beschikbaar is als er kinderen zijn.

Ook het tijdstip dat je stopt met werken staat vaak al lang van tevoren vast. Het is te verwachten dat je inkomen na pensionering lager is. Als gevolg daarvan nemen de hypotheeklasten een groter deel van het budget in beslag. Daarnaast is het mogelijk dat je vanwege jouw lagere inkomen in een ander belastingtarief uitkomt, waardoor je minder van de hypotheekrenteaftrek profiteert. Hierbij moeten 65-plussers rekening houden met het feit dat voor hen een lager belastingtarief geldt. Al met al is het van belang dat je de looptijd van de hypotheek en de hoogte ervan afstemt op je inkomen dat je hebt nadat je bent gestopt met werken.

 

Werkloosheid

Wanneer je zonder werk komt, heb je onder bepaalde voorwaarden recht op een werkloosheidsuitkering. Heb je altijd gewerkt, dan bedraagt de uitkering de eerste twee maanden 75% van het laatstverdiende loon. Na die twee maanden heb je recht op 70% van het laatstverdiende loon. De uitkering is echter nooit hoger dan het maximale dagloon van €174,64 per dag. De duur van de werkloosheidsuitkering is afhankelijk van je arbeidsverleden: het aantal jaren dat je hebt gewerkt en het aantal weken per jaar. Momenteel is de maximale duur gelijk aan drie jaar en twee maanden.

Werkloosheid heeft een flinke inkomensdaling tot gevolg. De maandelijkse hypotheeklasten kunnen daardoor een probleem worden. Sommige geldverstrekkers bieden -al dan niet in combinatie met de hypotheek- verzekeringen aan waarmee je de inkomensachteruitgang door onvrijwillige werkloosheid kunt verzekeren. Afhankelijk van de voorwaarden van deze verzekering, worden de hypotheeklasten gedurende een bepaalde periode helemaal of voor een deel doorbetaald.

Je kunt voorkomen dat financiële tegenvallers, zoals de inkomensachteruitgang bij werkloosheid, er toe leiden dat je de hypotheeklasten niet meer kunt dragen door niet de hoogst mogelijke hypothecaire lening af te sluiten.

 

Arbeidsongeschiktheid

Werkenden die na 2006 arbeidsongeschikt raken, krijgen te maken met de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). In deze arbeidsongeschiktheidsverzekering ligt de nadruk op wat mensen nog kunnen. Alleen bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid heb je recht op een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering. Als je nog gedeeltelijk kunt werken, krijgt je een aanvulling op het loon.

Bij het afsluiten van een hypotheek, kun je een aanvullende verzekering afsluiten tegen arbeidsongeschiktheid. Vaak kan dat direct in combinatie met de hypotheek. Het is echter de vraag of dat in alle gevallen nodig is. Veel werknemers zijn via hun werkgever aanvullend verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Zo betalen werkgevers soms het salaris door als aanvulling op de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Bij veel bedrijven is het ook mogelijk om deel te nemen aan een collectieve verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Voor meer informatie over regelingen via jouw werkgever kun je terecht bij de afdeling personeelszaken van je werkgever.

Wanneer de uitkeringen na arbeidsongeschiktheid te laag zijn voor jouw uitgaven, heb je een tekort. Dit tekort kun je aanvullen via een privé-verzekering. Meer informatie over de mogelijkheden en de kosten kun je krijgen bij jouw hypotheekadviseur.

Wil je bij arbeidsongeschiktheid er voor zorgen dat je, ondanks de inkomensachteruitgang, de hypothecaire lasten kunnen blijven dragen, dan is het belangrijk dat je bij het afsluiten van de hypotheek niet de hoogst mogelijke hypotheek afsluit. Hierdoor blijft er ruimte voor eventuele financiële tegenvallers.

 

Overlijden

Het overlijden van jezelf of je partner is uiteraard geen gebeurtenis waar je graag bij stilstaat. Toch is het niet onverstandig om je af te vragen wat het voor de financiën betekent wanneer een van beiden alleen achterblijft. Door een achteruitgang in het inkomen kunnen de hypotheeklasten onbetaalbaar worden. In het uiterste geval kun je niet meer in de woning blijven wonen. Het is daarom aan te raden om een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten bij jouw hypotheek. De hypotheek wordt dan helemaal of voor een deel afgelost. Partners moeten beslissen of zij de verzekering afsluiten op het leven van één of op dat van beide partners.

Het is niet altijd nodig nog een aparte overlijdensrisicoverzekering af te sluiten. Bij sommige hypotheekvormen is het overlijdensrisico al automatisch gedekt. Een andere mogelijkheid is dat je aanspraak kunt maken op een nabestaandenpensioen via de werkgever of een ANW-uitkering via de overheid.

Niet iedereen heeft een overlijdensrisicoverzekering nodig. In sommige gevallen zijn de hypotheeklasten zo laag, of de financiële middelen van de nabestaanden zo ruim, dat het wegvallen van een inkomen geen problemen hoeft op te leveren. Ook alleenstaanden hoeven niet altijd zo’n verzekering af te sluiten.

 

Waardevermindering woning

De verkoopwaarde van een woning is afhankelijk van vraag en aanbod op de woningmarkt. Stel dat je jouw eigen woning over een aantal jaren weer wilt verkopen. Je bent dan afhankelijk van de vraag op dat moment. Het is niet gezegd dat je dan hetzelfde bedrag kunt vragen als dat je nu betaald hebt voor de woning. De kans bestaat dat je minder ontvangt voor de woning of zelfs minder dan de schuld die op dat moment nog op de woning rust.

 

Stijging van de rente

Over de hypotheek betaal je rente. Het rentepercentage wordt meestal voor een aantal jaren vastgezet. Voor die periode weet je dus wat de hypotheeklasten zijn. Daarna krijgt je een aanbod om de rente tegen een nieuw percentage vast te zetten. De hypotheekrente kan op dat moment lager zijn, maar ook hoger. De kans bestaat dus dat jouw hypotheeklasten stijgen na afloop van de rentevast periode. Wil je zekerheid voor een langere termijn, kun je kiezen voor een relatief lange rentevast periode. Daarnaast kun je bij de meeste geldverstrekkers kiezen voor een rentevast periode met rentebedenktijd. Deze rentebedenktijd is vaak 1 of 2 jaar. Binnen die termijn kun je zelf het moment kiezen waarop je de nieuwe rente vastzet. Je hebt dan zelf enige invloed op het nieuwe rentepercentage en bent niet afhankelijk van het percentage op één bepaalde datum. De constructie met rentebedenktijd is niet altijd kosteloos. Vaak geldt een opslag van 0,2%-punt op de hoogte van de rente.

(13231)

Home | Contact | Dienstenwijzer | Dienstverleningsdocument | Algemene voorwaarden | Disclaimer